Aan het stuur van mijn verlichting

Artikel verschenen in tijdschrift de Cirkel, juni 2019

 

 

Aan het stuur van mijn verlichting

 

Suzanne Cornelissen

 

 

Inleiding

 

Het onderwerp van dit artikel werd geboren uit een behoefte van mijn psyche aan bewijs dat verlichting een beter leven biedt. Zij eiste overtuigende argumenten eer het een volgende stap in openheid zou zetten. Door het onderzoek naar de verschillende overdrachten die we vroeg of laat plakken op verlichting, realiseerde ik me dat ik te maken had met overdracht van mijn teruggetrokken zelf. Het schrijven van dit stuk is uiteindelijk een middel geworden om mijn psyche op te leiden tot dienaar van spirit en heeft bijgedragen aan mijn persoonlijke proces van integratie.

 

Op een zachte lentedag nam ik zoals gewoonlijk plaats op mijn meditatiekussen en stemde af op het huis van Zijn. Na mijn wandeling door het bloemige landschap arriveerde ik bij de deur, die tot mijn verbazing was dicht getimmerd met twee gekruiste houten latten waarop de woorden stonden: ‘Under construction’. Regelmatig keerde ik terug, maar de toegang bleef gesloten. Ik tuurde en wachtte, tuurde en wachtte. Ik besloot mijn Gestalte te consulteren. Zij adviseerde mij over mijn schouder te kijken. Daar zag ik een kleurrijk, bruisend marktplein gevuld met bedrijvige mensen. Het ademde leven en contact. Ik realiseerde me dat het huis van Zijn geen vrijplaats meer was, maar was verworden tot een vluchtoord, weg van de gewone wereld. Het licht gedoofd, de liefde verbleekt.

 

Het oude voegde niet meer, het was te krap gebleken en had zijn glans verloren. Het bleek een verfraaide versie van mijn huis van de ouders te zijn geworden. Af en toe pimpte ik het op, nieuwe gordijnen, likje verf, maar het liefst hield ik de luiken gesloten, veilig in mijn eigen hokje met mijn eigen mooie schare aan verlichte schatten. Het draagvlak gebouwd op los zand. Het skelet wankel. spiritueel verweesd zat ik daar. Mijn vrije aard voelde zich er niet meer thuis. Het was ontworpen aan de hand van de beelden die ik ken, naar voorbeelden van hoe ik dacht dat het hoorde en naar de tweedehands vormen van toen. 

 

Afgelopen zomer kreeg ik de sleutels van mijn nieuwe huis van Zijn. Mijn nieuwe huis van Zijn straalt van licht en heeft oneindig veel kamers die ik eindeloos lang kan ontdekken. Het staat midden op het kleurrijke marktplein. Het is stevig gefundeerd met een doordachte architectuur en ik weet de deurklink te vinden om binnen te komen. Het voelt als mijn spirituele thuis, persoonlijk en intiem, waar liefde en licht ademen en waar ik de verantwoordelijkheid voor draag. Ik zet de ramen regelmatig open zodat de frisse wind van openheid erdoor heen kan waaien.  

 

Eventueel nog aanpassen, omdat nu de inleiding hierboven staat.Dit artikel is een bewerking van mijn afstudeerscriptie van de begeleidersopleiding. Aanleiding voor het schrijven was de ontdekking dat ik in een overdracht naar verlichting terecht was gekomen. Ik raakte teleurgesteld en gefrustreerd. Het gaf me niet waar i op hoopte. Ook viel het mij op dat integratie in mijn dagelijks leven achterbleef. In dit stuk onderzoek ik hoe dat kan. Ik merkte dat ik verlichting ingekaderd had en daardoor de openheid verdwenen was. Ik realiseerde me dat dit keer op keer zal gebeuren als ik daar niet op beducht ben. Mijn psyche zal verlichting een plek willen geven in haar wereld en zal dat in de loop van mijn reis steeds blijven doen, de ene keer subtiel, de andere keer minder subtiel, telkens in een ander jasje gehuld. Als ik de territoriumdrift en het rumoer van het dagelijks zelf aan zichzelf laat en rust in Zijn, doorzie ik hoe dat mechanisme van zoeken en grijpen werkt en zie ik ook dat dat niet werkt. Ik vond het tijd om opnieuw te kijken naar wat verlichting is en wat het niet is en integratie te her-enten in een realistisch vrij Zijn. In dit artikel ligt de nadruk met name op de belangrijke rol die onze ego-functies hierin spelen.

 

De ladder op en af

De actualisatie van vrijheid in ons dagelijks leven neemt een belangrijke plek in binnen Zijnsoriëntatie. Wij zijn tenslotte geen kluizenaars die mediteren in een grot, maar westerse mensen met een baan, een partner, een huis, etc. Wat is er nodig voor deze actualisatie, hoe ziet dat er uit en wat weerhoudt ons ervan?

 

De zijnsgeoriënteerde theorie van de Ladder van optieken maakt inzichtelijk hoe onze geest werkt. Op deze ladder vertegenwoordigt iedere sport een bepaalde zienswijze. Rustend in het derde perspectief (de hoogste ‘tree’ op de ladder) is er van integratie geen sprake, omdat ik weet dat alles verlicht is, of het zich nu in een verkrampte of open vorm toont. Ik zie dat Zijn de oer-dimensie van mijn geest is en dat alles van Zijn is gemaakt. Maar wat gebeurt er als ik de ladder afdaal en handen en voeten wil geven aan verlichting in het leven van alledag? Als ik de absolute vrijheid persoonlijk en aards maak? (Knibbe 2012)

 

Integratie start bij verlichting en niet bij de psyche. Vanuit dat dagelijkse perspectief is integratie namelijk onmogelijk. Verlichting in zijn ware karakter is iets wat de psyche niet kan bevatten. De psyche heeft een onophoudelijke hang naar houvast en is gericht op comfort en veiligheid. Zij geeft verlichting een haar welbekende plek en zo is positieve of negatieve overdracht geboren. Het dagelijks zelf blijft dat met naïef elan en vol goede moed doen en zal daar nooit mee ophouden. Zij wil een betere positie binnen het huis van de ouders bewerkstelligen en hooguit even in de tuin buiten spelen, maar het wil niet uit het huis van de ouders.

Maar ook de evolutionaire roep van de spirit is onophoudelijk. Mijn spirit kriebelt mijn verlangen om mijn potentie volledig te leven en zoekt vrijheid. Het is een inherente drang om de beste versie van mijn (verlichte) zelf aan de wereld te geven. 

 

De opgaande beweging op de ladder kunnen we herkennen als de verticale roep van de spirit, de neergaande als de evoluerende integratieve beweging. 

Ieder moment manifesteert Zijn zich in een oneindigheid van vormen, van uiterst subtiel tot ruw en grof, in iedere atoom, vezel en cel, in spirit, in psyche. Bij elke afdaling (verdichting) verandert het zicht en wordt de herinnering of kennis van de hogere trede vergeten. Deze bestaat dan alleen nog als een onbewust, ingevouwen potentieel. Tegelijkertijd verlangt iedere vorm terug naar zijn oorsprong. Binnen elk niveau waarop het bewustzijn is gevangen, zal Zijn vrijheid verlangen en zoeken op welke wijze dat mogelijk is binnen de tree waar het zich op dat moment bevindt. De absolute vrijheid vertaalt zich in relatieve vrijheid. Vanuit het hoogste niveau geschouwd, zie je dat iedere sport van de ladder haar unieke toegevoegde waarde heeft en wordt als zodanig (h)erkent. Zou je treden overslaan, dan wordt het een krampachtig vasthouden aan een wankel frame. 

 

Het invouwen van Zijn vindt ieder moment continu plaats, terwijl het uitvouwen van Zijn via evolutie een ontwikkelingstraject is. (Knibbe 2006) 

“Wij zien de mens als zowel geworteld in de verticale involutionaire Zijns-as, als geworteld in de horizontale evolutionaire wordings-as. We zijn goddelijk en menselijk. We leven in Nu en we leven in tijd, we zijn perfect en we zijn onhandige stuntelaars. We leven in dat open kruispunt waar tijd en tijdloosheid elkaar raken. Daar waar vorm tegelijkertijd leegte is, en god zich toont in het spel van de vormen.“ (Knibbe 2010)

 

Er is dus niet één manier om te relateren aan onszelf en de wereld, maar we beschikken over een ladder met verschillende treden. De ene optiek ligt meer voor de hand en wordt veel gebruikt, andere liggen verder weg. De bovenste regionen (het spirituele kort samengevat) worden slechts door enkele beoefent, maar al deze dimensies zijn gelijktijdig aanwezig in de mens. 

Iedere sport op de ladder heeft dus zijn eigen zienswijze, zijn eigen manier van omgaan met zichzelf en de wereld, beleving van vrijheid, etc. Als het perspectief verandert, verandert ook het gevoel, je energie, lichaamshouding, etc. Door de dag heen beweeg je je in verschillende optieken, dat gaat razendsnel en automatisch van het een vloeiend over in het ander. Het is geen statisch gegeven. 

 

Bewustzijnsontplooiing en individuatie worden mogelijk als we zicht krijgen op de optiek waarin we functioneren en leren switchen naar een hogere tree op de ladder. Om dat te kunnen, moeten wij onze bewustzijnsspieren trainen en de stap zetten naar een ruimer perspectief. Een innerlijk weten dat het anders kan, ligt hieraan ten grondslag. Mijn spirit roept om vreugde en vrijheid. 

Bij optiekverhoging laat je bij iedere stap de emotionele logica van de tree waarop je je bevindt los. Je gevoel, energie, lichaam staan naar het perspectief waarin je verkeert en zijn dus geen betrouwbare indicatoren. Dat voelt op dat moment alsof je iets moet opgeven dat van levensbelang is en toch doe je het, toch zet je in vertrouwen de stap in waarheid en waarachtigheid. Dat is houdingstraining. Dat is stuurvrouw-/ stuurmanschap. 

 

Integratie-stagnatie

Er zijn diverse redenen of oorzaken te noemen waarom het integreren van de verlichte visie in ons dagelijks leven stagneert. Hans Knibbe noemt er een aantal tijdens de Kringdag in…: verlossingsfantasieën over het pad, te weinig mindfulness gedurende de dag, de individuatie-uitdaging niet aangaan en onvoldoende vertrouwen. Al deze redenen en oorzaken hebben hun oorsprong in een negatieve of positieve overdracht die voortkomt uit ons psychologische basis-script. We zijn dan gevangen geraakt in de optiek van een van de lagere treden op de ladder. 

Om beter te begrijpen hoe het zit met integratie-stagnatie wil ik de uiteenlopende overdrachten naar verlichting van zowel het teruggetrokken als het strategisch zelf doorlichten. Het toont hoe ons dagelijks zelf met verlichting aan de haal gaat en het toepast in zijn eigen systeem. Het toont tegelijkertijd wat verlichting niet is en waar wij de realiteit van verlichting uit het oog verliezen. 

 

Overdrachten

Een van de redenen waardoor integratie stagneert, is dat we de overdrachten die wakker worden op het pad, niet in beeld hebben. Zolang er positieve overdracht gaande is, zullen we er weinig tot geen last van hebben, maar vroeg of laat zal deze omslaan in negatieve overdracht, omdat we een plaatje hebben gemaakt van verlichting dat niet waarheidsgetrouw is. Onze verwachtingen zijn irreëel en verlangens blijven onvervuld. We raken gefrustreerd of teleurgesteld. Onze psyche heeft zich verlichting toegeëigend

De realiteit is dat wij het grootste deel van de dag, in ieder onbewust moment, op een van de lagere treden van de ladder, in de psyche-optiek vertoeven. Onze psyche zal verlichting in zijn territorium trekken en zal het benaderen vanuit het lust/ onlust-principe. Deze zal zijn leegtes en tekorten willen opvullen met Zijnskwaliteiten. Dat is wat het dagelijks zelf doet, dat is wat het kan, dat is zijn overlevingskracht. Dat zal niet veranderen, dus we kunnen er maar beter vaardig mee leren omgaan en het zien als spirit in een te krap jasje. 

 

In een artikel in de Cirkel noemt Hans Knibbe verschillende overdrachten naar verlichting die ik hier kort wil uitlichten. (Knibbe 1995)

 

Het teruggetrokken zelf

In het geval van positieve overdracht van het teruggetrokken zelf zoeken we een voedende moeder in de vorm van prettige warme gevoelens: een steunvlak, geborgenheid, erbij horen, verlost worden van pijn en ongemak, nooit meer alleen zijn. We verwachten dat iets voor ons zorgt. Vervulling is eindelijk beschikbaar. We zijn er niet op gerust dat de Zijnsdimensie blijft als we onze oriëntatie verplaatsen van ons kussen naar de wereld en gaan doen wat we willen. We kiezen er dan voor veilig, symbiotisch versmolten te blijven aan de Zijnsgrond. We worden een lief en gelukkig kind, maar gaan niet volwassen los staan. We worden braaf, amorf en kritiekloos. Dynamiek, eigenheid en seks ontbreken. 

 

Wanneer er sprake is van negatieve overdracht van het teruggetrokken zelf zal het zich afzetten tegen de Zijnsdimensie, omdat het denkt dat het hem bescherming en voeding ontneemt. Het wil in zijn donkere holletje blijven met koekjes, thee en knuffels en zijn gewoontegetrouwe dingetjes doen. Het vindt dat het spirituele het gemis en pijn teveel bloot legt. Het vindt dat verlichting zich aan hem moet voltrekken. Het teruggetrokken zelf heeft geen ambitie om in beweging te komen, het wil geen appel en geen uitdaging.

 

Het strategisch zelf

Het strategisch zelf in positieve overdracht ziet het spirituele als mogelijkheid een beter mens te worden; iemand met heldere kwaliteiten, contactvol, standvastig, evenwichtig en wijs als een almachtige spirituele superman/ -vrouw. Het kan zijn bestaande vorm handhaven en uitbreiden met zijnskwaliteiten. We zijn dan meer spiritueel aan het winkelen om ons rugzakje te pimpen dan daadwerkelijk een pad aan het gaan. Dit is typerend voor ‘spiritueel materialisme’. Het ultieme succes lijkt binnen handbereik. 

 

Vanuit negatieve overdracht ervaart het strategisch zelf verlichting als een remmende of bestraffende ouder. Het vreest het loslaten van de eigen vorm en denkt dat alleen de zondagse versie van hemzelf welkom is. Het houdt angstvallig vast aan zijn verworvenheden en behaalde successen en zal dan ook de roep van de spirit het liefst negeren. We denken dan dat we niet mogen doen wat we willen en zijn bang dat we weer in de macht van ‘moeder’ komen als we de eigen vorm losser laten. In deze optiek wordt de Zijnsgrond gezien als vernietiger van onze eigenheid. 

Een andere variant, die ik zelf goed ken, is mijn strategisch zelf die zich gaat inspannen om de ‘grote ander’ gunstig te stemmen. Dat doet hij door er achter te komen wat de wensen en behoeften zijn en probeert die te bevredigen, in de hoop alsnog gezien te worden. De ‘regels’ van Zijnsoriëntatie worden toegeëigend door mijn strategisch zelf en vertaald als richtlijnen voor goed gedrag: Mijn geschiedenis mag niet meedoen. Ik MOET ruimer zijn dan dat… Het zal eigen impulsen, gedachtes en gevoelens onderdrukken of diskwalificeren en heeft het idee heel hard te moeten werken om de afstand naar de voedingsbron te overbruggen. Ik verwacht daar liefde, erkenning, bestaansrecht voor terug te krijgen.

“De ik-kramp wil het onaffe afmaken en zo krijgt de Zijnsdimensie een functionele betekenis. Dit is onontkoombaar zolang je openheid als wezenlijk anders ziet dan wie je zelf bent. Zodra je van verlichting een bron van vervulling maakt, reduceer je jezelf  tot voeding zoekend kind en ben je niet meer de vrije volwassene.” (Knibbe 1990)

 

Pleidooi voor openheid 

Voor de duidelijkheid: hoe sterk we er ook in geloven als we erdoor bevangen zijn: overdrachten zijn niet de realiteit. We creëren een splitsing tussen de Zijnsgrond en onze individuele vorm die in wezen niet bestaat. 

 

Verlichting biedt geen verlossing, het is geen zweverige staat buiten ons, het is niet selectief of bevooroordeeld, het maakt ons niet klein of juist groot. Openheid is open. Spiritualiteit sluit niets uit. Je gaat niet van spanning naar ontspanning, van verdrietig naar blij, je laat het precies zoals het is, want precies op die plek is het te vinden. Er zijn geen voorwaarden om aan te voldoen. Verlichting kent geen begin en geen eind en niets staat ons dus in de weg om nu vrij te zijn. Juist hierin zit de schoonheid, waarheid en liefde, inherent aan alles, maar dan ook echt alles. 

 

In al onze overdrachten is ons authentieke verlangen naar oorspronkelijke vorm in verbinding aanwezig, zij het in een te krap jasje. Ons diep weten van vrijheid vertaalt zich in wat mogelijk is binnen deze overdrachtsoptiek, het vertaalt zich binnen de bekende, maar beperkende coördinaten van het huis van de ouders. Onze psyche kan niet verder kijken dan dat. Keer op keer zijn onze overdrachten vruchtbare punten en wegwijzers naar onze oorspronkelijke vrije aard. Die als zodanig herkennen maakt het een liefdevol, dankbaar en vreugdevol pad. Het zijn de punten waar we vergeten wie we zijn én waar de spirit ons kriebelt en roept.

 

Overdrachten horen bij het pad en komen aan het licht, omdat ik een hartsrelatie met verlichting aanga, omdat verlichting belangrijk voor mij is. Positieve overdracht zal vroeg of laat omslaan in negatieve overdracht. Ze horen bij elkaar, de een zichtbaar, de ander latent sluimerend. En zoals Hans zegt: “Het is zelfs te hopen dat deze crisis plaatsvindt, zodat de persoon zijn eigen grond kan hervinden.” (Knibbe 2010). Het vallen uit overdracht, brengt mij thuis. Het is het detoxen van mijn systeem. Het is dus een goed teken! Dat is de vrucht van mijn pad. Het is zinvol regelmatig mijn relatie met verlichting op te schonen, want mijn psyche gaat er vroeg of laat, maar altijd, mee aan de haal. 

 

Reality check 

“Wanneer je rust in Gewaarzijn, besta je nog steeds als apart wezen (je bent niet opeens je buurvrouw geworden). Je bent nog steeds je lichaam en je bewustzijn is daarvan afhankelijk. De binnen-buitengrens is volledig intact. Als iemand je knijpt doet dat net zoveel pijn als dat je in een psyche-optiek zit. Je lost niet op in een geheel. Maar je verwart jezelf niet meer met de beperkende mal van jouw historisch opgebouwde identiteit. In die zin ben je ongeboren.” (Knibbe 2014)

 

Naarmate we vorderen op het pad, worden we steeds vaardiger in het rusten in de hogere perspectieven. Het vertrouwen en een basaal gevoel van goedheid groeit. Er ontstaat bewegingsruimte. We voelen ons ruimer, losser, vrijer en raken minder geïdentificeerd met ons historisch zelfbeeld. Ons gewicht verschuift van psyche naar spirit en de drang om onze inspiratie vorm te geven in het dagelijks leven neemt toe. Vaak lukt het ook niet meer ons leven op de oude manier voort te zetten. We houden alle gebieden van ons leven tegen het licht en kijken wat wel en niet meer past. We her-enten ons leven in het huis van Zijn, wat een levenslang proces zal zijn. Het loslaten van onze plattegrond roept dikwijls (doods)angst op die ons tot aan het einde van het pad zal vergezellen. Dat moeten we accepteren en omarmen als onderdeel van het pad. 

Verlichting is geen stressloze, wrijvingsvrije staat. Het leven is nou eenmaal niet stressloos en wrijvingsvrij (gelukkig maar), maar ik word wel minder meegesleept door toevalligheden, mijn emotionele weerbericht, door het geloof in luchtkastelen. Ik zie dat ik grijp naar lucht en vecht met de weerspiegelingen van iets dat ooit concreet leek te zijn. Inmiddels raak ik minder onder de indruk van mijn neuroses. Ook de gewoontes gaan gewoon door, ze hebben hun eigen kracht, maar worden minder bepalend. De wereld en de mensen om mij heen kan ik meer en meer met spirit-ogen benaderen en herkennen in hun vrije vorm. Ik zie dat de ander het best mogelijke van zichzelf geeft binnen de optiek waarin hij gevangen is. Ik herken spirit in vermomming. Ik heb meer zicht op de conventionele bandbreedte van mijn psyche en haar wereldbeleving zonder samen te vallen met de aannames waarin zij gelooft.

 

Naast deze verschuiving van psyche naar spirit door het lopen van het pad, heeft integratie van verlichting ook mijn kleur, uniciteit en stuurvrouwschap nodig om te manifesteren. Het is een hele intieme affaire en meer thuis dan ik ooit had kunnen dromen. Ik ben verlicht, de vreugdevolle (h)erkenning van dit zicht verdiept zich én ik ben een persoon met een geschiedenis. Ik ben geen ijl huppelend wezen dat in feeërieke roze gewaden door het leven gaat. Ik ben een vrijer mens, gewoon in mijn spijkerbroek met beide benen op de grond. Ik ben een mens, die op eigen wijze vorm geeft aan iets waar geen handleiding voor bestaat. Ook dat zal niet zonder wrijving of stress gebeuren, maar vanuit de juiste afstemming is dat geen probleem en doe ik het. 

“Verlichting is niet een geïdealiseerd doel, een volmaakte geestestoestand of een spiritueel hogere sfeer, maar een reis die op aarde wordt gemaakt.” (Welwood 2001)

 

Volwassen verlichting

Mijn zicht, houding, energie, etc. veranderen en ja, oefening baart kunst, maar integratie heeft ook mijn wilskracht, ego-functies en moed nodig. Een valkuil is te denken dat de inzichten die ik opdoe en dat hetgeen ik ervaar en leer op mijn meditatiekussen direct en automatisch belichaamd worden. Voor een deel is dat zo (verlichting doet zichzelf). Het is niet alleen een kwestie van inzicht verwerven, dan blijft het een mentale exercitie, ook mijn hart, buik en bekken moeten mee gaan doen. Het zicht moet indalen, aards en fysiek worden en zich vertalen in expressie en gedrag. Inzichten belichamen kost tijd, maar gebeurt dit niet dan blijft er een scheiding tussen het spirituele en het aardse. Verlichting moet gedragen worden. Dan wordt het gespierde en volwassen spiritualiteit. 

Mijn gewoontesysteem is enorm stug en krachtig en zal zich willen nestelen op de trede die voor hem het meest comfortabel is. Het heeft tijd en geduld nodig om om te scholen en zich nieuw verlicht gedrag aan te meten. Dit betekent oefenen, soms domweg doen, onderuit gaan en het gewoon weer opnieuw proberen, terwijl ik onvermoeibaar koersvast liefdevol blijf. 

Momenten van ontwaken, wijsheid, openheid en expansie worden altijd afgewisseld met momenten van angst, geworstel en contractie. Superego zal volgen op momenten van ongebreidelde inspiratie. Er is een natuurlijke cyclus van sluiten en ontsluiten. Soms (door)zien we het helemaal, soms zijn we totaal verlichtingsblind. 

 

Ont(h)echten

De disciplines van het pad vormen de fundamenten voor een leven in vrijheid. Er is helderheid van hart en geest nodig om te zien wanneer psyche of spirit aan het woord is. Onmisbaar zijn: vertrouwen, liefde, goede (spirituele) zelfzorg, een motivatie op spirit-niveau en een gedegen meditatie-practice zodat we wennen aan onze verlichte aard, het zicht kan stabiliseren en we bewustzijnsmassa opbouwen. We wenden ons toe, geven onszelf (met kreukels en al). We kiezen voor communicatie en maken de nodige gebaren. Dit toewenden naar de symbolen van verlichting (je toevlucht nemen) zijn een viering van onze verlichte aard, maar helpen ook om onze psyche ontvankelijk te maken voor spirit.

 

Een van de basisgebaren die we met meditatie trainen is onszelf uit de afleiding naar het hier en nu brengen. Dit is het eerste gebaar van onthechten en essentieel als we vrijheid vorm willen geven in het leven van alledag. Vanuit onze dagelijkse optiek gaan we een symbiotische betrekking aan met alle inhouden die we ontmoeten (gedachtes, gevoelens, waarnemingen, verhalen, mensen). Door ons te richten op houding en niet op inhoud, differentiëren we van de zogenaamde echtheid van de inhouden waar de psyche heilig in gelooft. Dit is al zeer ontmantelend voor onze psyche. 

 

Integratie doen we actief door onze ego-functies in te zetten. Verlichting is geen pre-ego staat zoals de kindertijd of het paradijselijke hof van Eden waar het ego nog niet ontwikkeld was. De ego-competenties worden daar eerder als last dan als gift ervaren, terwijl deze in feite juist onmisbaar zijn. In de trans-ego-benadering blijven al onze ego-functies intact, maar worden ze geschoond van de psychebelangen. Ze komen in dienst te staan van onze spirit aard.  

Los leren staan van de conditioneringen van onze psyche, onthechten, is een belangrijke ego-functie en is noodzakelijk wil verlichting een kans krijgen om door te schijnen. Deze breuk maken is een basisvaardigheid, die we op ons kussen ‘droog’ oefenen om in het dagelijks leven toe te kunnen passen. Hoe meer we oefenen, hoe makkelijker het zal gaan. 

“Verlichting kan niet zonder ‘ik’ en egofuncties. Spirit is weliswaar ongeschonden en altijd aanwezig, maar heeft ook de medewerking van het dagelijks zelf nodig, wil het zich kunnen manifesteren in het dagelijks leven.” (Knibbe, 2010) Het heeft mij nodig: ik doe, ik besluit, ik ben gemotiveerd. Er is een sturingsmechanisme. Er is een keuze, er is een zorg. Er moet resonantie zijn, maar die moet gesteund worden door mijn besluit.

 

Het pad van verlichting is een continue verhuizing van het huis van de ouders naar het huis van Zijn. Als je aarzelt op de drempel is een motivatie op spirit niveau onontbeerlijk: je moet je leven willen inrichten vanuit spirit, je realiseren wat daar voor nodig is en daar de consequenties en verantwoordelijkheden voor dragen. Je kiest ervoor in het huis van Zijn te leven en ieder persoon en iedere situatie daarin uit te nodigen met je Gestalte als Zijns-chaperonne aan je zijde. 

 

 

 

Conclusie

 

Dus ik start aan de goede kant: verlichting. Als mijn psyche de baas blijft over het proces, wordt de communicatie met spirit onmogelijk. (Knibbe 2014) Verlichting is onaangedaan. Alles wat ik ervan maak, is een creatie van mijn psyche. Deze zal zich onophoudelijk en onvermoeibaar blijven inzetten om verlichting een plek te geven in zijn werkelijkheid en zal verlichting projecteren in het ene en dan weer in het andere compartiment. Het zoekt verlichting buiten zichzelf. 

 

Verlichting is geen permanente halleluja staat, waarin alles bejubeld en bejuicht wordt, waar geen pijn en verdriet meer zou zijn. Ik navigeer op de ladder en differentieer me van de inhoud, laat de symbiotische preoccupatie ermee los en zie de dingen zoals ze werkelijk zijn; stromend en kleurrijk, zonder een hokje om in te passen. Ik kom zelf aan het stuur te staan van mijn verlichting.

 

Mijn verlichte houding is het start- én eindpunt. Verlichting is altijd gaande. Het is. Het is aan ons om dat te zien, maar wil het zicht kunnen landen, wortel schieten en handen en voeten krijgen, dan zijn ego-functies van vitaal belang. We moeten het open kruispunt van tijd en tijdloosheid, geschiedenis en Nu gaan bewonen. We kiezen bewust voor een verlichte omgangsvorm met alles wat we in het leven tegenkomen. Of dat nou superego, slecht zelf, haat, liefde of overdracht is. 

We trainen dus geen verlichting, maar trainen onze psyche in het aannemen van en het ondersteunen van een nieuwe, hogere optiek. De vrije aard is geen proces, integratie wel. 

 

Wil spirit tot wasdom komen dan is integratie nodig. Het is wat spirit verlangt: zij wil niet alleen Zijn, zij wil ook doen. Dat ondersteunt en voedt elkaar, het hoort onafscheidelijk bij elkaar. Verlichting is persoonlijk en intiem. In mijn kleur en vorm wil verlichting op pad, de wereld in. Dat is wat de wereld nodig heeft!